Wie ben ik ?

 


Ik werd geboren op 28 januari 1934

Ik liep school in de oudstad van Antwerpen,

kreeg les van bekende Vlaamse jeugdauteurs,

leerde schrijven.


In 1952 werd ik de jongste onderwijzer

van Vlaanderen.


In 1959 huwde ik met Tinneke Lombaerts


17 jaar werkte ik als reisleider.

Toen verzamelde ik stof voor mijn avonturenverhalen


Nu ben ik met pensioen en schrijf,

zolang de lezers mijn boeken leuk vinden.

 

 

Over Jo Briels

 

 

Op 28 januari 1934 werd ik geboren te Antwerpen als rasecht sinjoor. Daarvoor moeten je ouders eveneens in Antwerpen geboren zijn.

Ik was de jongste van vier kinderen.

In de lagere school kreeg ik les van vele bekende Vlaamse jeugdauteurs: Armand Goossens, Hendrik Baelen, Hendrik Jespers en Leopold Vermeiren, de schrijver van de Rode Ridder.

Pas 18 jaar behaalde ik het diploma van lager onderwijzer en was meteen de jongste leerkracht in Vlaanderen.

In september 1952 startte ik als meester van het eerste leerjaar mijn loopbaan.

In 1959 huwde ik met Tinneke Lombaerts.

Tijdens de vakanties werkte ik als reisleider.

Na die periode reisden wij samen een flink stuk van de wereld af.

***

Toen ik als piepjong onderwijzer de kinderen van het eerste leerjaar leerde lezen, bestond Zonnekind nog niet. Ik verzon iedere week voor mijn leerlingen een verhaaltje over de beren Tim en Tom en Pam, de aap.

Twaalf jaar later mocht ik iedere week in Zonnekind een verhaaltje schrijven voor de beginnende lezertjes. Het begon met ... Tim, Tom en Pam.

In 1967 startte uitgeverij Van In de Bengeltjesreeks. Ik werkte er aan mee en op de cover stonden de namen van alle medewerkers.

Ik wilde een boekje van mij alleen.

1969 was het jaar van de doorbraak. Er verschenen twee Vlaamse Filmpjes: 'Avontuur in onderaards Antwerpen' en 'De gestolen atoomplannen'. Een Historisch Verhaal: 'De citadel van Antwerpen'. En mijn eerste grote jeugdboek: 'Paco de matador'. Dat boek werd meteen genomineerd voor het Referendum van de Boekenbeurs.

Iedere week schreef ik verhalen in Zonnekind, Zonnestraal en Zonneland. Tegelijk werkte ik mee aan de tijdschriften van het Pauselijk Missiewerk voor Kinderen: Bim-Bam, Pimmeke, Tam-Tam en Horizon.

Voor de kleintjes fantaseerde ik de gekste wezens: kadoefkes, een woefel poefel, een veterventer, een teeveefee, een pizzadraak, een gekke nar, ondermensen, weerbaasjes, regenmannetjes, het watervolkje, de jaboe

Voor de grotere lezers schreef ik n haast uitsluitend avonturenverhalen. De verschillende landen die ik bezocht, leverden me het decor voor nieuwe avonturen.

Meer dan zeventig luisterspelen werden uitgezonden op de radio.

Avonturenverhalen zijn niet direct prijswinnaars. Toch kon ik er enkele veroveren: De John Flandersprijs, de Rotaryprijs, de Dr. Ferdinand Snellaertprijs, Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen en brons in Limburg.

Als echt Antwerpenaar heb ik het meest plezier aan ‘Het bolleke van de maand’ oktober 1991.

 

De lezingen die ik gaf, zijn pure vertellingen zoals ik ook mijn boeken ‘vertel’.

Ik vertelde niet alleen voor de Vlaamse kinderen, maar ook in de USA en in Spanje.

Voor de Chinese kinderen in Taiwan en de Filippijntjes vertaalde een pater missionaris.

De Indianen en de bosnegers in Suriname begrepen het Nederlands..

 

Ik gebruikte reeds verschillende schuilnamen.

Als kapitein Zilversnor, als Droes en als Trippel bracht ik verhalen in TrammelanD, de kinderkrant van Gazet van Antwerpen.

Ik werkte mee aan Kik en zorgde voor de beginnende lezertjes in 't Kapoentje van dagblad Het Volk waarin ik ook N8Raaf was.

In Rondom Wonen schreef ik als Caminante reisverhalen.

Mijn andere schuilnamen moeten schuil-naam blijven.

 

Tien jaar lang had ik de leiding van de 'Okapi's',  boekjes voor leerlingen van het derde en vierde leerjaar.

32 boeken spelen in Antwerpen.